|
GESCHIEDENIS Het orgel in de Petruskerk te Leens werd in de jaren 1733/34 gebouwd door de Groningse orgelmaker Albertus Anthoni Hinsz in opdracht van Anna Habina Lewe, douairière Van Starkenborg, collatrix van de Kerk van Leens. De Vrouwe van Verhildersum was de weduwe van Edzard Jacob Tjarda van Starkenborg. Als unica collatrix beheerde zij de goederen van de kerk van Leens en zo kon zij, geheel onafhankelijk, de opdracht aan Hinsz geven. De nog jonge orgelmaker Hinsz had zijn naam als zelfstandig orgelmaker gevestigd bij de ombouw en vergroting van het orgel in de Martinikerk te Groningen in 1729, in opdracht van de weduwe van Frans Caspar Schnitger met wie hij later trouwde. Van
dit orgel ging, evenals van dat van de Martinikerk, zoveel roem uit dat de
Vrouwe Van Starkenborg aan Hinsz
in januari 1733 de opdracht gaf het oude orgel in
de Petruskerk te vervangen door een geheel nieuw instrument. Hinsz
nam de bouw van het orgel aan voor ƒ 3.400,-- "waarvoor
hij moest leveren alles
wat tot het nieuwe orgel nodig was. Echter de kast, het beeldhouwerk,
het
fondement en het balghuis bleven ten laste van de Uitbestedersche." Van
de rijk versierde orgelkas zijn het snijwerk en de beelden gemaakt door
Theodorus van der Haven en Caspar
Struiwig. Het orgel werd in de jaren 1843/44 gerenoveerd
door Geert Pieters Dik, in 1867 gerepareerd door Petrus van Oeckelen
(na de bouw van de nieuwe toren
van de kerk), en De
Petruskerk werd in de jaren 1948-52 gerestaureerd, waarbij de inrichting
van het interieur werd
gewijzigd. Het orgel, dat tijdens de kerkrestauratie in een omhulling
was ingepakt, werd na voltooiing
van de restauratie door de orgelmaker Mense Ruiter weer bespeelbaar
gemaakt. Het orgel werd weer in gebruik genomen op 26 april 1968.
|