historie kerk

Rondleiding om en in de Protestantse Petruskerk van Leens

De eerste stenen kerk in Leens kwam omstreeks 1100 tot stand. Dit gebeurde met tufsteen dat uit het Duitse Eifelgebergte afkomstig was en via de Rijn naar Nederland kwam. Voor Noord-Nederland was Deventer de overslagplaats.
Omstreeks 1225 werd de kerk uitgebreid tot een kruiskerk met ronde koorafsluiting. Dit gebeurde nu met baksteen, vervaardigd door de monniken van Aduard. Het gebouw werd overkluisd met koepelvormige meloengewelven.

Aan de westkant verscheen een forse zadeldaktoren._DSC6978
In de zeventiende eeuw werden de kleinere ramen in het schip veranderd in grotere spitsboogvensters.
Aan het eind van de achttiende eeuw raakte de toren in verval; in 1804 werd deze daarom afgebroken tot 16 m. hoogte. In 1820 kwam een nieuw en lichter bovendeel tot stand, afgesloten door een eenvoudige kap. In 1863 werd een compleet nieuwe toren gebouwd, met ingesnoerde naaldspits.

De grote klok (Sickmans 1632), toonhoogte e¹, verhuisde naar de nieuwe toren, de kleine klok (Gregorius Gregorii 1609), doorsnede 90 cm., werd vervangen door een kleinere klok (Van Bergen), toonhoogte f². Op werkdagen luidt deze klok om 8.00-, 12.00- en 18.00 uur. Het torenuurwerk werd ca. 1640 gemaakt door Thijs Pijterszoon.

_DSC6973In de jaren 1948-1952 werd de kerk gerestaureerd, waarbij uitwendig de negentiende-eeuwse steunberen en de witgeverfde stuclaag verdwenen. Ook het interieur onderging veranderingen. De kansel werd verplaatst van de westelijke hoek van de zuidbeuk naar de oostelijke. De opstelling van de banken, met middenpad, werd gewijzigd in één groot bankenblok. De beide herenbanken, van de families Van _DSC8280Starkenborgh en Van Bolhuis, kwamen nu in de zijbeuken te staan, voor de zeventiende-eeuwse tochtportalen.

 

 

 

Op het Hinsz-orgel (en Mense Ruiter koorogel) en de negentiende-eeuwse Van Bolhuisbank na, is het verdere kerkinterieur uit de zeventiende eeuw, inclusief de koorafsluiting met messing opzetstukken. Het was voornamelijk het geslacht Van Starkenborgh – zij had van 1587 tot 1834 het collatierecht over de kerk – dat opdracht gaf tot vernieuwing en verfraaiing van de Leenster kerk. Het Hinsz-orgel is daar het beste voorbeeld van.